woensdag 7 augustus 2013

Mijn verhaal deel 1

Hey girls,
Omdat ik merk dat jullie het leuk vinden als ik berichten post met veel tekst, heb ik besloten om vandaag een stuk van het verhaal wat ik aan het schrijven ben te posten.
Dus ik ga gewoon een stukje posten en ik denk dat ik dat elke woensdag ga doen maar dat weet ik nog niet zeker dus hier gaan we en we beginnen met Hoofdstuk 1:


Hoofdstuk 1

Soms als je alleen loopt door het bos en in de wind
Dan weet je het;  ik ben een kind
Je bent hetgene wat je ouders hebben gemaakt
Iets wat hun leven helemaal compleet maakt
Jij mag naar school en bent nog tamelijk klein
Iets wat je ouders niet meer zijn
Soms denk je was ik maar groter en ouder
Dan kon ik meer, en van een persoon echt houden
Maar het leven als volwassene met een echtgenoot?
Sommige mensen gaan nog liever dood
Die willen kind blijven en nog echt zo fantasierijk zijn
En dat doet  ze vaak ook wel veel pijn
Maar die hebben ook zo hun tijd gehad
Met altijd spelen en veel patat
Soms als je alleen loopt door het bos en in de wind
Dan weet je het ik ben een kind

Sanne las het gedicht over en over en nog een keer over.
Terwijl ze haar nagellak zorgvuldig van haar teennagels verwijderde, dacht ze aan de kleur die ze er nu op zou lakken.
Bordeauxrood, kanariegeel, gifgroen, turquoise of zwart?
Terwijl ze over dit nadacht dwaalde haar gedachten langzaam weer af naar het gedicht wat ze inmiddels zo vaak had gelezen dat ze het kon dromen.


…….Iets wat hun leven helemaal compleet maakt……….
Dit was haar lievelingsgedicht al zo lang ze zich kan herinneren.
Vroeger las haar moeder het haar in bed voor toen ze een jaar of 5 was.
Nu was ze dertien en zag haar moeder ’s avonds nog weleens huilend met het gedichtenbundeltje waar het gedicht in stond in bed zitten.
Het bundeltje dat door de hele familie werd doorgegeven, als iemand bijvoorbeeld een kind kreeg in de familie Meijer, dan werd het meteen bij de geboorte gegeven.
Het bundeltje heette “The Best” en de meeste mensen vonden het ook “het best”
Wat een mooie traditie………………………………..
Sanne schrok op uit haar gedachten toen ze een afgrijselijke gil hoorde die van beneden kwam.
Wie gilde daar zo dat het leek alsof iemand ineens door een vampier werd vastgegrepen (wat volgens Sanne natuurlijk niet kon, aangezien ze niet in dat soort mythes en spookverhalen geloofde)
Vlug schoof ze de vuile watjes met resten nagellak van zich af en zette de potjes met de kleuren op haar nieuwe bureau.
Dat bureau had ze gekregen ter gelegenheid van dat ze naar de middelbare school ging:het Wilde Wiesse Lyceum.
Ze sloop op haar tenen haar kamer er uit en stond net op het punt de trap zachtjes af te lopen toen ze stilstond.
Stel je voor dat dit gewoon fantasie was en het helemaal geen zin had om zich nu zo onnodig bang te maken.
Maar het kon toch geen kwaad om even te kijken voor bevestiging dat het niks was?
Dus ze liep, toch nog wel stilletjes en op haar hoede, de trap af.
Ze sloeg de krakende tree over die ooit was begonnen met kraken doordat haar oom er een keer in had geschoten met het zijn geweer.
Haar oom had in het leger gezeten en was een kei in schieten maar hij had het balkje onder de tree geraakt, en ook bijna op zijn eigen zoon (het neefje van Sanne).
Sindsdien heeft hij gezworen nooit meer een geweer vast te houden.
Sanne liep verder, zachtjes op haar tenen, zoals je ook altijd in films ziet.
Ze wou de deur open doen, toen ze ineens een soort dreigend fluisteren hoorde.
Toen bedacht ze zich en leek het haar beter om niet in een keer oog in oog te staan met het gene wat daar binnen was, dus keek ze toch maar door het spleetje van de huiskamer deur.
Daar zag ze toen ze goed keek haar moeder die er niet heel normaal uitzag, haar lichtbruin getinte huid was bleek en haar donkerblond geverfde haar hing sluik voor haar gezicht.
Toen Sanne beter keek zag ze de reden dat haar moeder er niet heel normaal uit zag.
En die reden was dat ze  vast werd gehouden door een  onmenselijk lelijke en enge man.
Hij had een krijtwitte huid waardoor hij iets weg had van een spook, een paar oranje haren op zijn hoofd, zwarte vodden van een mantel om zijn lichaam gebonden en zijn ogen waren bloeddoorlopen.
Eerst dacht Sanne dat die rare en vreemde man haar moeder omhelsde maar toen ze beter keek leek de manier waarop hij haar vast hield meer op de manier  hoe een politieman de handboeien bij een misdadiger omdoet, al deed de man haar moeder geen handboeien om.
Hij fluisterde iets tegen haar moeder wat niet bepaald aardig klonk maar wat wel het  gefluister wat ze op de gang hoorde verklaarde.
Toen Sanne’s moeder Sanne in de deuropening zag staan  werd ze nog bleker dan dat ze al was.
De man hield haar nog steeds stevig vast en keek Sanne aan met zo’n blik van: je krijgt haar echt niet meer terug, en als je probeert haar terug te krijgen krijg je daar spijt van.
De man keek de kamer rond en  het leek wel alsof hij iets zocht, al wist Sanne totaal niet wat zo’n vreemde en enge man in hun huiskamer te zoeken had.
De moeder van Sanne (die er niet bepaalt ontspannen uit zag door de manier hoe de man haar vasthield) fluisterde net zacht genoeg dat de even afgeleide enge man het niet hoorde: Sanne je moet nu weg en mij hier achter laten, ik red me wel, je moet de vloek verbreken.
Welke vloek?; vroeg Sanne.
Daar kom je later wel achter, ga nu het nog kan.
Net toen haar moeder die laatste regel uitsprak draaide de man zich om en trok de handen van haar moeder op haar rug.
Hij kwam steeds dichter bij en dichter bij, Sanne bleef stokstijf stil staan.
Haar moeder keek haar smekend aan of ze alsjeblieft wou gaan, maar Sanne was in een soort van trance door de zin die haar moeder zojuist had gezegd: “Je moet de vloek verbreken”.
Vloeken en zo kwamen toch alleen maar in boeken en films voor en niet in het echte leven?
Toen werd Sanne weer bewust van de situatie waar ze nu in verstrikt was geraakt, al wist ze zelf nog niet dat ze er toen al, op het moment dat haar moeder het over een vloek had, in deze rare gebeurtenis verstrikt was geraakt.
Wat moest die man van haar en van mama?
Maar er was geen tijd om daar over na te denken,  nu moest ze weg zover als ze op dit moment kon.
Ze rende weg, op haar sokken ging ze de voordeur uit, ze rende en rende.
Ze kwam nadat ze haar straat uit was langs haar school waar ze zeker wist dat ze nu, in de vakantie, niet terecht kon.
Al zag ze wel een schaduw achter een raam in de school, even schrok Sanne.
Wie was dat? De school was toch leeg nu het vakantie was?
Nou ja, nu had ze geen tijd om daar over na te denken want misschien was die man wel achter haar aangekomen en het zou ook verbeelding kunnen zijn.
Toen was ze bijna in de winkelstraat waar ze wat langzamer kon gaan lopen, zich tussen de mensen kon mengen want ze kon zo langzamerhand echt niet meer.
Ze voelde haar hart bonken en eindelijk was ze in de winkelstraat.
Dat de mensen in de winkels haar raar aankeken maakte haar op dat moment niks uit.
Meestal dacht ze wel aan: Oh wat zullen ze van me vinden.
En: Oh vinden ze me wel leuk genoeg.
Ze las vaak genoeg in boeken dat dat je alleen maar onzeker maakte, maar het was moeilijk om daar mee te stoppen.
En nu was dat haar onbewust toch gelukt.
Maar nu had ze wel iets anders aan haar hoofd, want waar moest ze heen?
Nou ja, naar iets ergers dan naar huis kon ze toch niet gaan, dus begon ze maar te lopen.
Ze kwam langs de HEMA, eerst even wat proviand kopen, dacht ze.
Want ze wist niet over hoeveel tijd ze naar huis kon, dus eerst pakte ze het goedkoopste brood wat er te krijgen was.
Ze liep eerst langs de kleding afdeling, daar bleef ze even staan maar ze bedacht zich, eten had ze harder nodig dan een pyjama of een hemd.
Dus ging ze verder en kocht een dekentje (die waren gelukkig in de uitverkoop en ze zou het hard nodig hebben), een fles natuurlijk mineraal water (die ze later altijd nog bij kon vullen) en een doosje lucifers.
Even twijfelde ze of ze wel een doosje lucifers nodig had want ze moest zuinig doen met het geld dat ze gelukkig nog in haar zak had zitten.
Want ze wou na dat ze haar nagels had gelakt (waar ze mee bezig was voordat ze de gil hoorde) even wat leuks kopen voor het super coole feest, dat op de eerstvolgende donderdag was, nog een leuk jurkje kopen.
Maar ja, nu had ze eten, drinken en warmte meer nodig dan een leuk jurkje voor een feestje.
Het doosje lucifers nam ze toch en ze liep naar de kassa, waar een chagrijnige verkoopster achter de toonbank zat.
Ze leek wel een robot want ze zei alleen maar de dingen die de meeste verkoop(st)ers altijd zeggen:
“Hallo wie kan ik helpen?”
“Dat word dan zestig euro”
“Pinnen?”
“Dankuwel”
“Wilt u de bon?
“Fijne dag nog”
Dus Sanne stond al snel weer buiten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen